Wat onze leerlingen leren


Naar de schoolgids index


Inleiding

In de Wet op het Primair Onderwijs staat welke vak- en vormingsgebieden op school aan bod dienen te

komen. Bij elk onderdeel zijn de zgn. kerndoelen geformuleerd. Hierin wordt aangegeven wat de school aan leerinhouden moet aanbieden. De moderne methoden die wij hanteren streven allemaal deze kerndoelen na. De Inspecteur van het Primair Onderwijs controleert of de school aan deze doelen voldoet. 


De vormingsgebieden

Sociaal emotionele ontwikkeling

Sociaal-emotioneel willen wij het kind leren samen met anderen zijn ontwikkeling vorm te geven. Dit kan alleen als het zich veilig en vertrouwd voelt op onze school. Het aanleren van sociale vaardigheden, openheid, eerlijkheid en respect voor elkaar komt in de dagelijkse activiteiten en lessen steeds terug. De leerkracht heeft hierin een voorbeeldfunctie.

Op de Driehoek maken we gebruik van de SOEMOkaarten, methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling in gebruik nemen.
Deze bieden een praktische ondersteuning voor de leerkrachten van groep 1 tot en met 8 bij het opzetten van een leergang SOciaal-EMotionele Ontwikkeling.

De kaarten spelen in op maatschappelijk gezien algemeen belangrijke normen en waarden. Daarbij valt te denken aan eerlijkheid, verdraagzaamheid, democratie, moed, hulpvaardigheid, zorgzaamheid, zelfbeheersing, fatsoen, toegefelijkheid, respect, beleefdheid, eerbied, solidariteit, vrijheid, trouw, verantwoordelijkheid,vergevingsgezindheid........
Wij proberen met behulp van de methode drie voorwaarden te scheppen.

Het leren kennen van jezelf, de ander en de relatie daartussen.

De kinderen leren kennis en inzicht verwerven in sociaal-emotionele woorden en begrippen. Bijvoorbeeld wat is jaloers, wat gebeurt er met mij als ik jaloers ben, zijn anderen ook jaloers en hoe kan ik mijn jaloersheid afzwakken of voorkomen?

Het in de praktijk kunnen omgaan met jezelf en de ander.

De kinderen leren sociaal-emotionele vaardigheden verwerven.
Bijvoorbeeld: op welke wijze vraag je of je mee mag spelen met andere kinderen: wat zeg je, hoe kijk je, op welk moment stel je de vraag, wat doe je als het antwoord negatief is?

Proberen te komen tot een vertaling in mentaliteit en opstelling.

De kinderen leren het vermijden van sociaal-emotionele vergissingen.
Bijvoorbeeld: je kleine broertje moet je beschermen; is dat zo, heeft je broertje daar voordeel van, hoe vinden anderen die rol van beschermengel?

Deze voorwaarden moeten ertoe leiden:

  • dat onze kinderen zelfvertrouwen opbouwen en weerbaarder worden, dat zij leren omgaan met hun gevoelens en die van anderen,
  • dat zij omgangsregels leren hanteren en respectvol met elkaar omgaan, dat zij algemeen aanvaarde waarden en normen hanteren,
  • dat zij leren conflictsituaties op te lossen en
  • dat zij niet alleen met hun hoofd maar ook met hun hart willen werken.

Actief burgerschap

Misschien lag het leren van deze basisvaardigheid vroeger meer buiten de school. Nu is dat niet meerzo. Het leren “samenleven” in onze complexe maatschappij vraagt vande school een actieve rol. Eenrol die via de wettelijke verplichting “actief burgerschap en sociale integratie”een vaste plek heeftgekregen. In de opvatting van de minister is actief burgerschap ‘debereidheid en het vermogen deeluit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren’. Sociale integratie is‘deelname van burgers aan de samenleving.

De Driehoek vindt het van groot belang dat de school zelf ook een gemeenschap is, waar kinderen en volwassenen leren samen te werken, samen te leren, samen vreugde en verdriet te delen. Leerlingen worden serieus genomen en delen mede de verantwoordelijkheid voor een plezierige en veilige omgeving. Tegelijkertijd wil de Driehoek dat de school geen gesloten gemeenschap is. Leren gebeurt niet alleen op school. Daarom onderhouden de scholen contacten met instanties en organisaties die aan het leren kunnen bijdragen. De school staat midden in de maatschappij en haalt de maatschappij de school binnen.

Burgerschap en integratie dienen zichtbaar te zijn en in de praktijk worden gebracht: de school als oefenplaats. Er wordt nagegaan in hoeverre de school de leerlingen kent en het onderwijs daarop afstemt. Daartegenover staat dat de Driehoek verantwoording moeten afleggen. Voorop staat dat de Driehoek planmatig uitwerking geeft aan actief burgerschap en sociale integratie in het schoolplan.

Culturele vorming

Dynamiek Scholengroep is een participant binnen stichting Cultuurpad.
Cultuurpad is in 2005 opgericht door het onderwijs. Binnen Cultuurpad werken vijf stichtingen voor primair onderwijs uit de regio Noord-Limburg samen aan:
Het creëren van een optimale culturele ontwikkeling voor kinderen
Deze ontwikkeling vindt plaats onder schooltijd–vanuit onderwijsperspectief - en na schooltijd- in het kader van talentontwikkeling en vrijetijdsbesteding.

Cultuur als basis

Cultuur geeft kinderen een basis mee, die verder reikt dan de cultuur op zich; het durven verder kijken dan wat je ziet, het bewustmaken van eigen voorkeuren, het leren kritisch te denken, creatief te zijn, openheid, leergierigheid, doorzettingsvermogen, experimenteer- drang, respect, durf, nieuwsgierigheid, verwondering.

Cultuur in school

Cultuureducatie is een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van kinderen en heeft een plek in het onderwijs verworven vanwege het effect op de persoonlijke vorming van kinderen. Maar ook vanwege de stimulans van vaardigheden die in deze tijd onmisbaar zijn: communicatie, samenwerken, kritisch denken, verbeeldingskracht en creativiteit. De toekomst vraagt immers om creatieve, innovatieve en ondernemende mensen. Cultuureducatie draagt bij aan de ontwikkeling van creativiteit, aan de persoonlijke ontwikkeling van een kind. Creativiteit is een instrument dat kinderen helpt de wereld te begrijpen en zich te verhouden tot de eigen tijd. Via cultuureducatie leren kinderen over elkaar, zichzelf en de wereld. Creativiteit vertegenwoordigt een veelzijdigheid en complexiteit die eigen is aan het huidige leven en kan ons helpen een balans te vinden tussen individuele vrijheid en verantwoordelijk functioneren binnen een gemeenschap. Creativiteit hoort om die reden een belangrijke plaats in het onderwijs in te nemen. Vanuit bovenstaande visie is cultuur- educatie geen schoolvak, maar een middel om andere doelen te bereiken, een vorm van leren. Cultuureducatie dient op die manier een plek in het onderwijs te krijgen. 


De vakgebieden

Activiteiten in de onderbouw

Kleuters leren al doende tijdens hun spel. Omdat we dit een belangrijke manier van leren vinden spelen wij daarop in door te zorgen dat er een uitdagende uitnodigende speel-leeromgeving is. Hierdoor proberen we een hoge betrokkenheid te bewerkstelligen. We praten veel met kinderen over allerlei onderwerpen, zodat we samen met de kinderen invulling kunnen geven aan het thema / aanbod.
Naast spel en betrokkenheid is welbevinden een belangrijk uitgangspunt voor het werken in groep 1/ 2. Het werken volgens de principes van Basisontwikkeling sluit hierbij aan.

Een aantal doelen van Basisontwikkeling zijn:

  • Basiskenmerken: zelfvertrouwen hebben, nieuwsgierig zijn en emotioneel vrij zijn.
  • Brede ontwikkeling: waaronder initiatieven nemen,samen spelen en werken, zelfstandigheid.
  • Specifieke kennis en vaardigheden: waaronder motorische vaardigheden, waarnemen en ordenen en woorden en begrippen.

We stimuleren deze ontwikkelingsaspecten door te observeren wat kinderen al kunnen (en nodig hebben)en vervolgens ons aanbod hierop aan te sluiten. Op deze manier proberen we kinderen verder te brengen in hun ontwikkeling.
De activiteiten waarbinnen het aanbod een plek krijgt zijn:

  • spelactiviteiten,
  • gesprek- en kringactiviteiten,
  • constructieve–en beeldende activiteiten,
  • lees- en schrijfactiviteiten,
  • reken- en wiskundeactiviteiten.

Bij de leerstofkeuze dienen o.a. de methode Schatkist (taal en rekenen) en de tussendoelen beginnende geletterd- en gecijferdheid als bronnenboeken / leidraad.

Lezen

We werken met de methode“Veilig Leren lezen”. Binnen deze methode zijn verschillende vormen van differentiatie mogelijk m.b.t. tempo en niveau. Daarnaast worden ook computers ingezet om kinderen op hun eigen niveau te laten lezen.
Ook maken we gebruik van de methode “Feestneus”. Dit is een methode voor begrijpend lezen enfunctioneel lezen en schrijven. “Feestneus”kan zelfstandig, individueel of samenwerkend gebruikt worden.

Na het aanvankelijke technisch lezen word het leren lezen voortgezet met een methode voor voortgezet technisch lezen. We werken thans met de methode“Lekker Lezen”.
Lekker Lezen is een nieuwe methode voor voortgezet technisch lezen voor kinderen in groep 4 t/m 8 in het basisonderwijs. Met de lesmethode lezen alle kinderen op hun eigen AVI-niveau. Alleen zo heeft ieder kind de mogelijkheid om de meeste voortgang te maken. De kinderen vinden Lekker Lezen leuk vanwege afwisselende verhalen en teksten in mooie leesboeken.

Voor begrijpend lezen werken we met“Nieuwsbegrip XL”,een interactieve en aansprekende methode. Veel leerlingen vinden begrijpend lezen saai en weinig uitdagend. Daarom is er Nieuwsbegrip, een interactieve en aansprekende manier om aan de kerndoelen voor begrijpend lezen te werken. Er zijn wekelijks teksten en opdrachten aan de hand van het nieuws. U mag zelf suggesties voor het onderwerp mailen aan de redactie. Bovendien besteedt u met Nieuwsbegrip structureel aandacht aan lees- en woordenschatstrategieën.

Om het leesplezier te bevorderen zijn in alle groepen extra leesactiviteiten opgenomen, zoals:

  • het leesfeest in groep 3,
  • boekpromotie,
  • extra aandacht rond de kinderboekenweek,
  • de voorleeswedstrijd,
  • lessen rondom het thema leesbeleving,
  • projecten in samenwerking met de bibliotheek.

Schrijven

Op de Driehoek gebruiken we de nieuwste versie van de Schrijfmethode“Pennenstreken”(Zwijsen).Deze schrijfmethode sluit goed aan bij de aanvankelijk leesmethode. “Pennenstreken” biedt eendoorgaande leerlijn technisch schrijven–in lichthellend lopend schrift–voor de hele basisschool. Met“Pennenstreken” leren kinderen schrijven in een goed leesbaar handschrift en in een acceptabel tempo. De kinderen kunnen vaak zelfstandig aan de slag. De methode voorziet in concrete aanwijzingen voor observatie en remediëring, zodat de leerkracht de kinderen die dat nodig hebben bijtijds kan bijstaan.

Nederlandse Taal

Als u aan uw taalles terugdenkt, was dat vooral gericht op het foutloos leren schrijven. Als je foutloos spelde, kreeg je een goed cijfer voor taal.
Wij besteden tegenwoordig veel meer aandacht aan leren praten, aan luisteren naar wat anderen precies zeggen en daarop goed antwoorden. We leren kinderen hun eigen mening onder woorden brengen.
Is spelling dus niet meer belangrijk? Zo ver willen wij niet gaan, Wanneer de kinderen onze school verlaten, moeten zij veel fouten kunnen vermijden. Daar wordt op getraind. Het foutloos leren schrijven staat echter in dienst van het geschreven woord. De uitdrukkingsvaardigheid op schrijfgebied vinden wij daarbij belangrijk.
Wij hanteren de methode Taal in Beeld en Spelling in Beeld.

Engelse taal

In de groepen 7 en 8 wordt Engelse les gegeven. De inhoud is m.n. gericht op een eerste kennismaking van deze taal en is toegespitst op het luisteren en spreken.

Rekenen & Wiskunde

Op onze school wordt gewerkt met de methode Rekenzeker.
Reken zeker is een rekenmethode voor groep 3 tot en met 8 van de basisschool.
De methode combineert het beste uit de twee werelden van traditioneel rekenen en realistisch rekenen. Centraal daarbij staan de voor elke som werkende rekenregels voor optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. In de praktijk blijkt dat álle leerlingen van het regulier
basisonderwijs zonder veel moeite kunnen leren rekenen met deze standaard rekenregels. Zij leren dit m.b.v. de systematisch opgebouwde oefeningen van de methode.
De standaard rekenregels leiden altijd tot de goede oplossing. Al doende gaat het kind begrijpen waarom die rekenregels altijd tot het goede antwoord leiden. Daardoor krijgt het kind een goed inzicht in ons decimale getallenstelsel en ontwikkelt het een groot zelfvertrouwen.
Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan realistische opgaven en wordt er intensief geoefend met alle typen vragen van de Cito toets. Doordat het kind een goed inzicht heeft ontwikkeld in het rekenen met hele getallen, kommagetallen en breuken, ziet het bijvoorbeeld heel snel hoe je een
som‘handiger’kunt uitrekenen. Ook weet de leerling dat hij élke som kan uitrekenen met de standaardrekenmethodes. Dat geeft veel zelfvertrouwen. De standaard rekenregels worden in
het vervolgonderwijs ook gebruikt bij het rekenen met letters. Het is daarom erg belangrijk dat kinderen deze regels goed begrijpen en kunnen toepassen. De methode ‘Reken zeker’ wordt uitgegeven door Noordhoff Uitgevers.

Wereldoriëntatie
In de groepen 1 tot en met 4 worden aardrijkskunde, geschiedenis en biologie niet afzonderlijk gegeven. Er worden in die groepen onderwerpen/thema’s behandeld, die voor jongekinderen betekenisvol zijn. Bij veel onderwerpen wordt gebruikt gemaakt van televisielessen, o.a."Huisje, Boompje, Beestje" en "Koekeloere" en interactieve computerprogramma’s.
Vanaf groep 5 worden de vakken geschiedenis, natuurkennis, aardrijkskunde en verkeer afzonderlijk gegeven.

Vanaf het schooljaar 2013-2014 werken we op de Driehoek met De Zaken van Zwijsen
-Tijdzaken, Wereldzaken. Deze benadering geeft je de mogelijkheid de zaakvakken naar je hand te zetten. Want hoe je les wilt geven, bepaal je zelf. Het zijn boeiende kant-en-klare lessen die je naar wens verrijkt. 100% digitaal via digibord en in combinatie met een papieren werkboek.
Elke methode van De Zaken van Zwijsen is ingedeeld in 5 thema’s per jaargroep, met elk 4 lessen: 3lessen en een afsluitende toetsles. Je behaalt alle kerndoelen voor een vak in maar 20 weken.
Met boeiende filmpjes, animaties, afbeeldingen en interactieve oefeningen breng je ingewikkelde stof boeiend over en beklijven de lessen beter. Het digibord is je commandocentrum voor elke les. Je geeft er een leuke introductie mee, een goede uitleg en kunt samen met de leerlingen leren van de interactieve spelvormen en oefeningen. Voor de verwerking heb je de keuze uit een beeldend papieren werkboek of een digitaal werkboek op laptop of pc.

Vanaf het huidige schooljaar zullen we ook gebruik gaan maken van Natuurzaken. Dit onderdeel van de zaken van Zwijsen is vanaf 2014-2015 beschikbaar.

Verkeer

Voor verkeer gebruiken we dematerialen van VVN:”Rondje verkeer” voor de onderbouw”Op voeten en fietsen” en “de Jeugdverkeerskrant”. “Op Voeten en Fietsen” en “de Jeugdverkeerskrant”bestaan uit ieder acht werkvellen voor de kinderen met bijbehorende instructievellen voor de leerkracht. “Op voeten en fietsen” is lesmateriaal over verkeerseducatie voor groep 5 en 6. “De Jeugdverkeerskrant” isbestemd voor groep 7 en 8. De hoogste groepen doen mee aan het verkeersexamen.

Tekenen en Handvaardigheid

Voor tekenen en handvaardigheid gebruiken we geen methode. Het tekenen vindt meestal plaats in de groep. Uit de grote hoeveelheid naslagwerken en bronnenboeken worden onderwerpen gekozen, die gebruikt worden in de lessen. Samen met een groep ouders worden er door het jaar heen een aantal cycli van lessen gegeven voor handvaardigheid in de diverse groepen. Kinderen mogen kiezen uit een aantal onderwerpen en gaan in kleine groepjes onder begeleiding van leerkrachten en ouders aan de slag. Bij de keuze van deonderwerpen en thema’s wordt rekening gehouden met de diversetechnieken.

Muziek

Muziekonderwijs wordt verzorgd door een vakleerkracht. Deze gebruikt materialen uit verschillende methodes en ontvangt ondersteuning van het kunstcentrum Jerusalem in het kader van AMV (Algemene Muzikale Vorming).

Lichamelijke Oefening

Sporten en bewegen is belangrijk voor iedereen, maar zeker voor kinderen. Een belangrijk onderdeel van het lesprogramma op school is bewegingsonderwijs oftewel gymmen. De kinderen van groep 3 t/m 8 gaan met de bus naar de gymzaal in America.
Een sportbroek met T–shirt of een gympakje is geschikte gymkleding. Deze gymkleding moet gemerkt zijn. Laat uw kind de gymspullen s.v.p. meebrengen in tas of zak. De kinderen mogen alleen gymschoenen dragen die niet buiten zijn gebruikt. Gymschoenen zijn verplicht.
Soms willen kinderen tijdens de gymles het T-shirt dat ze overdag dragen, aanhouden. Uit hygiënisch oogpunt vinden wij het dragen van een ander shirt noodzakelijk.
Het is aan te bevelen om sieraden op de dag van de gymles thuis te laten. Kwijtraken en ongelukjes veroorzaakt door sieraden zijn voor eigen verantwoording van de ouders.

De groepen 1 en 2 hebben in de nabijheid van hun lokaal een speelzaal. Deze zaal is erop ingericht om met jongere kinderen op een veilige manier bewegingsoefeningen te doen. Deze kinderen doen dat in hun ondergoed of in hun gewone kleding. Gemakkelijke gymschoenen, voorzien van naam zijn wel nodig. Een gymtas krijgen de kinderen groep 1/ 2 van school en deze blijft op school. Het gymrooster vindt u in de bijlage van de infokalender (deel 2).

Computers in het onderwijs

De programma’s die gebruikt worden dienen als ondersteuning voor het lesprogramma. In groep 3 staan bijv. computers waarop een aantal onderdelen van de leesmethode “Veilig Leren Lezen” en derekenmethode worden verwerkt.
De kinderen van groep 1 en 2 oefenen o.a. met het programma dat hoort bij de methode “Schatkist”.Zo maken zij kennis met de computer en het werken met de muis.
Wij gebruiken de computers bij het automatiseren van hoofdrekenen, het oefenen van dictees, het uitwerken van opstellen en werkstukken en het inoefenen van topografie. De computer is ook een belangrijk middel om onderwijs op maat te kunnen bieden.
Verder worden ze, waar mogelijk, ingezet voor kinderen die extra hulp nodig hebben. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan kinderen met leesproblemen.

Voordat de leerkrachten in de groep beginnen met internet starten ze met een gesprek over het omgaan met internet en de verantwoording van de kinderen. Ze maken met de kinderen afspraken over de gevolgen van eventueel misbruik.
De ontwikkeling van het gebruik van computers gaat erg snel. De leerkrachten oriënteren zich voortdurend op mogelijk nieuwe toepassingen.

Regels voor een verantwoord bezoek aan internet

Kinderen maken gebruik van het internet om informatie te zoeken, deskundigen te raadplegen en eventueel contacten te leggen met andere scholen.
Internetactiviteiten worden steeds meer onderdeel van methodes.

Voor het gebruik van internet hanteren we een aantal afspraken:

  • Kinderen geven nooit persoonlijke informatie door op internet zonder toestemming van de leerkracht. Denk hierbij aan namen, adressen en telefoonnummers.
  • Kinderen vertellen het meteen aan de leerkracht als ze informatie tegenkomen waarbij ze zich niet prettig voelen, of waarvan ze weten dat het niet hoort. Als je je aan de afspraken houdt is het niet jouw schuld dat je zulke informatie tegenkomt.
  • Leg geen verdere contacten met iemand zonder toestemming van de leerkracht.
  • Verstuur geen e-mail met foto’s van jezelf of anderen zonder toestemming van de leerkracht.
  • Geef geen antwoord op e-mail waarbij je je niet prettig voelt, of waarvan je weet dat dat niet hoort. Verstuur ook zelf dergelijke mailtjes niet.
  • Spreek met je leerkracht af wat je op internet gaat doen.
  • De leerkracht laat geen sites zoeken die niet aan onze fatsoensnormen voldoen.
  • De leerkracht legt kinderen uit waarom bepaalde sites wel of niet worden bekeken.
  • Informatie die terug te voeren is op kinderen mag niet op het openbare deel van het net terechtkomen.
  • Namen in combinatie met foto’s van kinderen worden niet op het net gepubliceerd. In voorkomende gevallen alleen met toestemming van de ouders
  • Op grond van hun pedagogische verantwoordelijkheid mogen de leerkrachten de e-mail van kinderen bekijken.
  • Het beeldscherm staat zodanig dat anderen kunnen meekijken.
  • Vooralsnog maken we geen gebruik van sociale media. 

Verdeling van tijd over de leer en vormingsgebieden


Download deze pagina Download de gehele schoolgids